Actualiteit

Fiscaalgunstige overuren - krediet van 180u wordt permanent

De tijdelijke verhoging van 130 tot 180 uren voor de belastingvermindering en vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor overwerk wordt vanaf 2026 voor alle sectoren permanent. De bestaande verhoogde kredieten blijven. Deze bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten. Amendementen zijn dus nog steeds mogelijk waardoor de regeling zoals hier beschreven nog kan wijzigen. Deze bespreking geldt tevens onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Publicatie wet verlenging relance-uren tot en met 31 maart 2026-stand van zaken

De federale regering kondigde eind 2025 aan dat de maatregel van de 120 netto relance-uren wordt verlengd tot en met 31 maart 2026. De wet hierover werd gepubliceerd in het B.S. van 27 februari 2026. Vanaf 1 april 2026 zou vervolgens een nieuw structureel regime van start gaan waarbij de werkgever tot 240 vrijwillige overuren per kalenderjaar aan voordeling tarief kan uitbetalen. Relance-uren gepresteerd in het eerste kwartaal van 2026 zouden daarvan in mindering komen. Het wettelijk kader voor de nieuwe regeling wordt momenteel nog uitgewerkt.

Actualisatie indexcijfer vanaf januari 2026

Maandelijks publiceert de FOD Economie de nieuwe indexcijfers. Die cijfers dienen als berekeningsbasis voor de automatische indexering van lonen, wedden en uitkeringen. Het indexcijfer van de FOD ondergaat dit jaar een dubbele actualisering. Enerzijds komt er een nieuw basisjaar. Het jaar 2025 zal als 'basis 100' gelden. Anderzijds wordt de classificatie van goederen en diensten om de consumptieprijsindex samen te stellen, verfijnd. Voor een uniforme behandeling van de introductie van een nieuw basisjaar werd in de NAR de overkoepelende cao 184 afgesloten.

Sociale zekerheid bij werk in meerdere landen - ook prestaties buiten de EER tellen mee

In een arrest van 11 december 2025 verduidelijkt het Europees Hof van Justitie hoe je de toepasselijke socialezekerheidswetgeving bepaalt wanneer een werknemer deels werkt in zijn woonstaat, deels in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland en deels in derde landen buiten de EER en Zwitserland. Het Hof besluit dat bij deze beoordeling alle werkzaamheden van de werknemer meetellen, dus niet alleen die in de EER en Zwitserland, maar ook die in derde landen. Dit arrest is vooral van belang voor werkgevers met werknemers die niet alleen in hun woonland werken, maar ook in andere landen van de EER of Zwitserland, en die daarnaast in derde landen actief zijn.