Actualiteit

Vereenvoudigde ESG-rapporteringsstandaarden

Europa heeft een belangrijke stap gezet in de hervorming van de duurzaamheidsrapportering. Op 21 september 2026 zijn twee nieuwe verordeningen gepubliceerd die het vereenvoudigde ESG-kader verder vormgeven. Hiermee is het Europese vereenvoudigingswerk rond duurzaamheidsrapportering afgerond. Enkel de Belgische wetgeving moet nog worden aangepast aan de herziene Europese regels. Die beperken het toepassingsgebied van de rapporteringsplicht aanzienlijk.

Vlaamse regering verfijnt de regelgeving rond ketenaansprakelijkheid

Sinds 1 januari 2026 geldt in Vlaanderen een bijkomende zorgvuldigheidsplicht voor professionele opdrachtgevers en aannemers die een rechtstreekse (onder)aannemer inschakelen die behoort tot een risicosector (bouw-, schoonmaak-, vlees- of pakketsector). Als zij aansprakelijkheid bij illegale tewerkstelling door de (onder)aannemer wil vermijden, moeten zij een aantal documenten opvragen bij de (onder)aannemer vóór de aanvang van de werken. De Vlaamse regering stuurt de regeling nu bij.

Nieuwe EU-regels brengen meer duidelijkheid over sociale zekerheid bij grensoverschrijdend werk

De Europese Unie heeft een herziening van de EU-regels over de coördinatie van de sociale zekerheid goedgekeurd. De hervorming moet meer rechtszekerheid bieden aan werknemers die in een andere lidstaat wonen en/of werken en fraude, fouten en misbruik beter bestrijden. Deze nieuwe regels hebben onder meer betrekking op situaties van gelijktijdige tewerkstelling in meerdere lidstaten en detachering.

Vlaams begrotingsakkoord: impact op werk

De Vlaamse regering sloot eerder deze week een begrotingsakkoord voor de volgende jaren, met een bijhorende ‘septemberverklaring’ in het Vlaams parlement. Het ordewoord was besparen, met ook maatregelen die impact hebben voor (Vlaamse) werkgevers. De beslissingen van het akkoord sijpelen stilaan door. Toch ontbreken voorlopig verdere details over timing, modaliteiten, overgangsbepalingen, etc. Die zullen we pas kennen zodra de beslissingen ook omgezet worden in concrete wetteksten. We zetten alvast een aantal zaken met directe impact op werkgevers op een rij.

Bedrijfsvoorheffing - wijziging Bijlage III naar aanleiding van de hervorming personenbelasting

De wet tot hervorming van de personenbelasting werd op 29 juli 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De hervorming is gespreid over een aantal jaren. De eerste fase van de hervorming van de personenbelasting heeft al betrekking op het huidig inkomstenjaar 2026. De bedrijfsvoorheffing die een voorschot op de definitieve personenbelasting is, wordt eveneens aangepast aan deze hervorming.

Arbeidstijdregistratie - stand van zaken en aandachtspunten voor werkgevers

Eind 2025 kondigde de federale regering aan dat zij vanaf 1 januari 2027 een algemene verplichting wil invoeren om de arbeidstijd van werknemers te registreren. Sindsdien vragen veel werkgevers zich af of die verplichting er effectief komt en wat dit concreet voor hen zou betekenen. Een definitief antwoord daarop is vandaag nog niet mogelijk. De algemene verplichting is nog niet verankerd in de Belgische wetgeving. De precieze inhoud van de nieuwe verplichting staat nog niet vast en ook de vooropgestelde timing kan nog wijzigen. Het dossier is dit najaar terug in beweging gekomen. Op 30 september 2026 bracht de Nationale Arbeidsraad (NAR) advies uit over een voorontwerp van wet. De sociale partners blijven verdeeld over de noodzaak en invulling van deze maatregel. Het is nu aan de regering om een beslissing te nemen over de verdere uitwerking en een akkoord te bereiken over de ontwerptekst. Pas na een goedkeuring in de ministerraad kan het wetsontwerp bij het parlement worden ingediend.

Forfaitaire kilometervergoeding professionele verplaatsingen vierde kwartaal 2026

Federale ambtenaren krijgen een forfaitaire vergoeding per kilometer wanneer ze hun persoonlijk motorvoertuig gebruiken voor beroepsdoeleinden. Ook voor de werkgevers/ondernemingen en werknemers/bedrijfsleiders in de privésector is deze kilometervergoeding relevant. Werkgevers/ondernemingen kunnen dit bedrag immers hanteren voor de terugbetaling van kosten aan hun werknemers/bedrijfsleiders die met de eigen wagen professionele verplaatsingen maken. Zowel de RSZ als de fiscus aanvaarden het als forfaitaire kostenvergoeding. Als zodanig is deze vergoeding niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en vrijgesteld van belastingen.